30/09/2018
Voor het eerst naar de kinderboerderij! Hooggevoelig vs Gemiddeld gevoelig:
Twee jongens komen voor het eerst op de kinderboerderij.
Het eerste jongetje rent zonder twijfel de geitenwei in. Hij roept van blijheid en aait de ene na de andere geit. Zonder twijfel en zonder een drempel te voelen, dompelt hij zich onder in de nieuwe ervaring. Hij kijkt een keer naar mama of het goed is dat hij rent en de dieren aait, en daarna geniet hij hier van. Vol vertrouwen in zichzelf en in de nieuwe situatie.
Het hooggevoelige jongetje twijfelt langer en gaat niet meteen de wei in.
Hij maakt opmerkingen en stelt vragen:
- ‘Ik heb geen laarzen aan, dus dan mag ik niet door de p**p van de geiten lopen.
- Oh, mijn schoenen worden vies, dit mag niet he?!
- Mag je de geiten wel aaien?
- Nee broer…niet zo hard gillen bij de geit, dat vindt de geit niet leuk.
- We moeten op het pad blijven en niet op het gras gaan lopen.
- Wat gebeurt er als de geit boos wordt?
- Er ligt wel heel veel p**p hè…het stinkt!’
De hooggevoelige jongen observeert de situatie uitgebreid. Zijn ouders en broertje aaien de dieren, lopen door de p**p en stellen de jongen gerust. Na een tijdje rondkijken en afwachten aait de hooggevoelige jongen toch een geit. Hij lacht er twijfelend bij, want hij behoort het volgens zichzelf toch leuk te vinden. Zijn broertje en ouders vinden het immers óók leuk…
Hij zegt: ‘kijk mama, leuk! Ik aai nu ook een geit’. Na nog langer op de boerderij te zijn, voelt de hooggevoelige jongen zich meer op zijn gemak. Dan heeft hij zicht op de situatie en antwoord gekregen op al zijn vragen en overdenkingen. Daarnaast heeft hij kunnen merken dat de geiten lief en zacht zijn. Het vertrouwen in zichzelf is gegroeid en hij heeft uiteindelijk ook kunnen genieten van de dieren en de nieuwe ervaringen.
Bij het naar huis gaan, zien we één kleine jongen die van boven tot beneden zwart is van het zand en de dieren en één jongen die alleen een beetje vieze handen en schoenen heeft.
De hooggevoelige jongen wil vóór dat hij weer de auto in stapt het liefste zijn schoenen vol zand even omkiepen, want al dat zand voelt niet fijn.
Kenmerken van hooggevoeligheid die hier duidelijk naar voren komen zijn:
- Een sterk ‘stop-en-check-systeem’, waarbij nieuwe situaties uitgebreid geobserveerd en beoordeeld worden. Verwachtingen van anderen en van zichzelf worden hier in meegenomen.
- De ‘optimale-optie-ambitie’: datgene wat het kind gaat doen, moet wel in één keer goed gaan.
- Prikkelgevoeligheid in nieuwe situaties en bij fysieke prikkels: het zand in de schoenen, het aanraken van dieren.